FAQ
Find out more
Would you like to know more about the approach to the Boschplaat? Then check out the most frequently asked questions

Ooit ontstaan om het eiland van voedsel te voorzien, nu een plek waar wordt bijgedragen aan wetenschappelijk onderzoek: de Rimkeskooi. Deze vierde eendenkooi op de Grië is onlosmakelijk verbonden met Terschelling. Een team van negen vrijwilligers houdt samen met Staatsbosbeheer de eendenkooi draaiende. Jan Ellens is één van hen.


Achter de poort heeft zich al een grote groep eenden verzameld. Zodra Jan het terrein van de Rimkeskooi binnenstapt, barst een luid gekwaak los. De tientallen dieren laten Jan onmiskenbaar weten hoe laat het is: etenstijd! Maar Jan laat zich niet opjutten. Ontspannen – “rust is het allerbelangrijkste in een eendenkooi” – vult hij een grote emmer met eendenvoer en loopt hij naar het water, ook wel de kooiplas genoemd.
In een prachtig kleurenpalet van bruin, groen, zwart en wit omringen de eenden Jan bij elke stap die hij zet. Het spreekwoord ‘Er als de kippen bij zijn’ blijkt ook op eenden van toepassing. Want als Jan het voer in de kooiplasstrooit, duikt de groep er bovenop. Jan glimlacht. “En zo gaat het hier elke dag.”
“Vroeger werden hier jaarlijks duizenden eenden gevangen”

De Rimkeskooi is de vierde en laatste eendenkooi op de Grië. De kooi werd aan het eind van de negentiende eeuw aangelegd voor de jacht op wilde eenden. De eenden waren destijds een belangrijke inkomsten- en voedselbron voor eilanders. Tegenwoordig is de Rimkeskooi eigendom van Staatsbosbeheer. Een groep van negen vrijwilligers verzorgt samen met Staatsbosbeheer al het onderhoud en de dagelijkse voerbeurten.
De eenden die zich nu tegoed doen aan het voer van Jan, spelen een belangrijke rol bij de vangst van wilde eenden. “Dit zijn onze staleenden”, legt de vrijwillige kooiker uit. “Dit zijn de eenden van de kooi hun thuisbasis hebben gemaakt. Als ze zouden willen, zouden ze zó kunnen vertrekken. Maar omdat ze iedere dag gevoerd worden, blijven ze hier.”
‘Deze eenden hebben van de Rimkeskooi hun thuisbasis gemaakt’
Met hun aanwezigheid lokken de staleenden de wilde eenden naar de kooi. Om die vervolgens te vangen, lokt de kooiker ze naar één van de vangarmen – een vangarm is een trechtervormige, smalle sloot die aan de kooiplas vastzit – en drijft hij de wilde eenden rustig voor zich uit. Bereiken de dieren het einde van de vangarm, dan laat de kooiker een luikje dichtvallen waarmee hij ze opsluit.
“Vroeger werden hier jaarlijks duizenden eenden gevangen”, weet Jan. “Nu vangen we er nog maar enkele tientallen per jaar. Niet meer voor consumptie, maar voor onderzoek. We ringen de vogels en registreren onder meer hun sekse, gewicht en geschatte leeftijd. Daarnaast onderzoeken we ze op zoönosen zoals vogelgriep. Daarna laten we ze zo gauw mogelijk weer vrij.” Naast eenden worden er in de Rimkeskooi jaarlijks ook honderden zangvogels geringd en onderzocht. Al het onderzoeksmateriaal dat in de Rimkeskooi wordt verzameld, gaat naar het Erasmus MC in Rotterdam.

“Dit is een paradijsje”

De staleenden hebben hun buiken rond gegeten en zoeken een plekje in de schaduw onder de bomen. De een na de ander steekt zijn snavel tussen de veren en doezelt weg. De Rimkeskooi verandert in een oase van rust en stilte. Diep weggestopt in de Terschellinger natuur klinkt hier niets anders dan het ruisen van de bomen, het gezang van een vogel, het kwaken van een eend. Beschermd door twee dijken en een bomenrij rondom – het kooibos – is het in de eendenkooi ook nog eens nagenoeg windstil. “Dit is een paradijsje”, omschrijft Jan het treffend.
De vrijwillige kooiker is gefascineerd door alles wat vleugels heeft. Hij praat niet alleen met liefde over de eenden “met die guitige oogjes, die lieve blik”, maar verhaalt met evenveel enthousiasme over het minuscule goudhaantje, de ganzen in de polder, de bontbekplevieren en dwergsterns op het strand. “Vogels zijn zo ontzettend sterk. Ik blijf me verbazen over de afstanden die trekvogels afleggen, hun feilloze richtinggevoel en hun veerkracht. Daar kan ik alleen maar ontzag voor hebben.”
Na een laatste ronde door de kooi sluit Jan de poort weer achter zich. Het werk zit erop. “Het maakt niet uit hoe vaak ik hier kom, deze plek blijft mooi. Eendenkooien horen bij het eiland. Ik ben blij dat de Rimkeskooi een tweede leven als onderzoekskooi heeft gekregen. Zo blijft de kooi bestaan én kunnen we een mooie bijdrage aan de wetenschap leveren.” Volgende week keert Jan weer terug naar de kooi. En de eenden? Die zullen op hem staan wachten.


FAQ
Would you like to know more about the approach to the Boschplaat? Then check out the most frequently asked questions
Stories about the Boschplaat
